Het ‘Nieuwe Generatiekantoor’ Transformatie management Geschiedenis van Kantoren Waarom ‘De Kantoortuin’ ongezond is. Toekomst 'nieuwe generatie' kantoren ‘Ingrediënten’ Toekomstbestendige kantoren. 'Referenties' Nieuwe Generatiekantoren Contact
geschiedenis-van-kantoren

GESCHIEDENIS VAN KANTOREN

Voor 1850 was het kantoorpersoneel een weinig coherente groep werknemers. Ze deden de administratie, de boekhouding maar ook kwaliteitscontrole, de inkoop, het ontvangen van klanten etc. Dat veranderde toen de ideeën van de Amerikaanse bedrijfskundige Frederick Winslow Taylor (1856-1915) gemeengoed werden. Zijn basisidee was dat het efficiënter was om één persoon één taak te geven dan om diezelfde persoon alle taken te laten verrichten. Henri Ford baseerde de lopende band op dat idee. Minder bekend is dat dit idee ook leidend is geweest bij het ontstaan van het moderne kantoor. Vanaf nu kreeg het kantoorpersoneel één taak, bijvoorbeeld de administratie of het typen van brieven.

Een van de eerste kantoorgebouwen die op die manier is opgezet is het Pension Building in Washington DC. Het accent bij dit soort kantoren lag op de productie en voor de behoeften van de werknemers was weinig aandacht. In de jaren dertig van de vorige eeuw veranderde dat geleidelijk. Het Johnson Wax gebouw van de architect Frank Loyd Wright laat dat duidelijk zien: er is over de hele werkvloer goed licht van boven. Maar in Amerika , gewend aan drukke kantoorvloeren, duurde het tot 1964 voordat daar echt verandering in kwam.

In dat jaar nam Herman Miller het Action Office van ontwerper Robert Propst in productie. Een serie meubels die de werknemer enige rust en privacy moesten verschaffen.

”Het is efficiënter om één persoon één taak te geven dan om diezelfde persoon alle taken te laten verrichten.

Frederick Winslow Taylor (1856-1915)

Helaas voor de goede bedoelingen van Propst werd zijn idee al snel misbruikt om nóg meer mensen op de werkvloer te huisvesten. De cublicle was geboren. In de Angel Saksische landen is deze manier van inrichten met grote open ruimtes altijd de standaard gebleven, al dan niet met cubicles.

De Cubicles

Op het vaste land van Europa ondertussen had men anderen ideeën over het huisvesten van kantoorpersoneel. Hier had het idee postgevat  dat om een werknemer zijn arbeid goed te laten doen je hem comfortabel moet huisvesten: in een rustige kamer, met goed daglicht, een raam wat open kan en geen geluidoverlast van collega’s. Dit type kantoor wordt ook wel cellenkantoor genoemd: een gang met aan weerszijden kantoorkamers.

Het Cellenkantoor

Het maximum aantal personen in één ruimte lag meestal rond de 20 personen, na de tweede wereld oorlog zelfs met een voorkeur voor 4 personen. In Nederland is dit type kantoren lang in gebruik geweest. In de jaren 70 van de vorige eeuw een korte periode vervangen door de kantoortuin. Niet een streven naar efficiëntie lag hieraan ten grondslag maar het ideaal van een democratische organisatie. Met de wandjes zou ook de hiërarchie afgebroken worden. De nadelen kwamen al snel aan het licht, met name geluidsoverlast en gebrek aan privacy. Lang heeft de kantoortuin in deze vorm dan ook niet bestaan.

En zo bleef het cellenkantoor lang in zwang. Tot in 1998 het boek ‘kantoren bestaan niet meer’ van E. Veldhoen verscheen. Een nieuw pleidooi voor de kantoortuin maar nu met oog voor thuiswerken en digitalisering. Hierin werden ook voor het eerst de principes van activity-based  werken uitgelegd.  Deze manier van inrichten werd in korte tijd erg populair temeer omdat het aanzienlijk kleinere kantoren opleverde.

Maar de nadelen van de kantoortuin kleefde ook dit concept aan. In 2007 ontwerpt het architectenburo BOS ALKEMADE voor de Afra-Boddaert stichting een radicaal ander kantoorconcept: het Salonkantoor. Uitgaande van een gecompartimenteerde maar vrij indeelbare plattegrond schenkt dit type kantoor de werknemers wel rust en privacy maar het kost niet meer oppervlakte dan een kantoortuin.

Dit concept is later door het Nieuwe Generatiekantoor verder uitgewerkt en geproduceerd. Het Delftse Onderzoeksbureau CfPb classificeerde dit type kantoor als het Vierde Generatie Kantoor door dit kantoor in een tijdlijn te plaatsen van achtereenvolgens : 1ste generatie: vaste werkplekken in open ruimten, 2de generatie: vaste werkplekken in besloten ruimten, 3de generatie: flexibele werkplekken in open ruimten en tot slot 4de generatie: flexibele werkplekken in beschutte ruimten. Dit kantoortype wordt door werknemers als beste beoordeeld.

De vierde generatie

Nieuwe Generatiekantoor

Zijn we hiermee aan het einde van de kantoorgeschiedenis? Nee, de ervaring leert dat nieuwe kansen en mogelijkheden telkens weer nieuwe wensen en eisen zullen genereren.

Daar tegenover staat dat Nieuwe Generatiekantoor hét antwoord op de klachten van de ‘Kantoortuin’ geeft, de nuance is tussen de flexibiliteit van een open kantoortuin en de geborgenheid die iedere werknemer nodig heeft. Hiermee baant Nieuwe Generatiekantoor een weg naar de nieuwe generatie kantoren.

Een kantoor dat zich aanpast naar het verloop van de tijd door het op en afschalen van een organisatie en maakt het kantoor hiermee toekomstbestendig.

Liever telefonisch contact of wilt u een afspraak maken?
Neem contact op! 0174 29 50 10

Weet u waarom open kantoortuinen niet gezond zijn!
Lees hier!

Nieuwe Generatiekantoor
Werkt. Leeft. Ademt.